Ronde tafel MKB-financiering, diagnose en oplossing
Stapelen is het nieuwe financieren anno nu
financieren, crowdfunding, bancaire financiering, financieren Breda, financieren Bavel, Stapelfinancieren
22368
post-template-default,single,single-post,postid-22368,single-format-standard,stockholm-core-1.1,select-child-theme-ver-1.0.0,select-theme-ver-5.1.8,ajax_fade,page_not_loaded,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.5,vc_responsive

Ronde tafel MKB-financiering, diagnose en oplossing

Over stapelfinanciering, ketenregie en menselijke maat

Het is een divers gezelschap dat aanschoof bij de eerste rondetafelsessie van Accountancy Vanmorgen.
Het onderwerp:financiering en dan met name de financiering van MKB-ondernemingen.
Tekst: Frans Heitling

Een aantal deelnemers vertegenwoordigt organisaties die twintig jaar geleden nog niet bestonden. Toen was financiering nog eenvoudig. Een ondernemer heeft een plan, heeft daarvoor geld nodig en gaat naar zijn lokale bankier. Die kent de ondernemer persoonlijk. En als de ondernemer een goed plan heeft en in de stad of in het dorp een goede reputatie heeft, dan krijgt de ondernemer zijn krediet. Zo is Nederland opgebouwd en zo is een groot deel van MKB-ondernemersland georganiseerd.
En jarenlang heeft dat heel goed gewerkt. Bij de bank regelde je het krediet, de leasing en soms ook factoring. Maar eigen vermogen bleef een beetje buiten beeld.
Dat heeft tot gevolg – zoals duidelijk wordt in het interview met Hans Biesheuvel op een andere plek in deze AV – dat Nederland een beetje verslaafd is/was aan bancair
krediet. Nederlandse ondernemingen hebben te vaak te weinig eigen vermogen in relatie tot vreemd vermogen. Die verhouding is gemiddeld zo’n 20-80. Bij onze
zuiderburen is dat al 50-50 en in de USA is dat 90-10. Meer eigen vermogen maakt ondernemingen sterker en meer crisisbestendig. Echter, ons financieringslandschap
is daar nog niet echt op ingespeeld. Of wel?

 

Aan tafel zitten: Ruud Meijvogel en Myrthe Hooijman van de KvK-financieringsdesk, Sasja Winters, sectormanager zakelijke dienstverlening bij ING, Jacob Nammensma
van Credion (een samenwerkingsverband van accountantskantoren op het gebied van MKB-kredietverlening), Roy Spit van Qredits (microfinanciering), Michiel Werkman, voormalig zakelijk bankier en nu MKB-consultant en Jan Wietsma AA, o.a. van Kredietpaspoort.
In de diagnose vinden alle partijen zich terug en is er nauwelijks dispuut tussen wat de vertegenwoordigers van gevestigde instellingen als ING maar ook de
Kamer van Koophandel – de KvK bestaat 200 jaar in 2015 – naar voren brengen.

Een accountant moet dus thuis zijn in het bancaire en financieringsjargon,
maar ook in het kunnen beïnvloeden en overtuigen van zijn cliënt.

Nieuw landschap

In de afgelopen jaren is het landschap rond financiering veranderd. Michiel Werkman beschrijft als oud-bankier zijn werkwijze. ‘Banken moesten kosten besparen en veel
trajecten rond kredietverlening zijn geautomatiseerd.’ Maar Nederland is ook door een economische crisis gegaan, die ook de banken hard heeft geraakt, en waardoor
banken aan strengere regels worden gehouden ten aanzien van hun financieringsbeleid.

 

Jacob Nammensma van Credion bevestigt dat: ‘15 jaar geleden was het een andere wereld. De beschikbaarheid van kapitaal was toen geen issue. Je onderhandelde over de renteopslag. De kredietcrisis heeft dat veranderd. Het gaat nu wel om de beschikbaarheid. Een ondernemer heeft een plan dat 8 ton kost, hij krijgt er 6 van de bank. Hoe regelt hij de rest?’ Jan Wietsma vat het samen: ‘Het landschap is veranderd, financiering sec niet! Dat gebeurt nog steeds op basis van vergelijkbare aannames als 10, 20 of nog meer jaren geleden.’ Maar de banken hebben een
andere rol, zijn aan strenge regels gebonden ten aanzien van hun kredietverlening, en alle nieuwe vormen van kapitaalverschaffing zijn nog niet uitgekristalliseerd.’

 

Of de BV Nederland hierdoor omzet mist?

Myrthe Hooijman: ‘De veronderstelling is dat het MKB minder groeit dan het zou kunnen. Een belangrijk deelvan de oplossing zit in het samenwerken van de schakels in de keten.’

 

Dat is gelijk de eerste keer in het gesprek dat de term keten valt. Een keten die begint met een idee van een ondernemer, een plan, een financieringsvraag en die vervolgd wordt met een krediet, een subsidie, een investering in het eigen vermogen en, als alles goed gaat, uiteindelijk het terugbetalen van het krediet, groei van de BV Nederland en gezond rendement voor de eigenvermogensverschaffer. De partijen die daarin een rol spelen, zijn vele malen diverser dan 10 of 20 jaar geleden. Particuliere kapitaalverschaffers, kredietunies, crowdfundingpartijen, pensioenfondsen en verzekeraars staan als financierende partijen nadrukkelijker op de agenda. Nieuwe vormen van financiering eveneens: risicodragend, werkkapitaal, verschillende vormen van factoring, trade finance, het komt allemaal langs. Nammensma onderscheidt voor zijn Credion nu al zo’n 35 verschillende bronnen voor financiering en dit aantal groeit, zo stelt hij, maandelijks. ‘Dat vraagt wel om maatwerk.’ Sasja Winters: ‘Stapelfinanciering is waar de ondernemer nu tegenaan loopt. Je moet een tasje hebben waarin allerlei financieringen op maat worden aangeboden. Dat moet je met elkaar combineren en dan kun je een ondernemer echt helpen.’

Myrthe Hooijman: ‘De veronderstelling is dat het MKB minder groeit dan het zou kunnen. Een belangrijk deel van de oplossing zit in het samenwerken van de schakels in de keten.’

De oplossing

Blijven steken in een diagnose is niet zo zinvol. Alle partijen aan tafel noemen de verantwoordelijkheden. Roy Spit wijst toch in de eerste plaats ook naar de ondernemer. ‘Dat is wel waar het begint. Hij moet ook nadenken over de financiering.’ Daarmee ligt ondernemerschap als onderwerp echt op tafel. En daar ligt ook een taak voor het onderwijs en dan niet alleen de onderwijsprogramma’s voor accountants, maar breder. Ondernemerskwaliteiten moeten inzichtelijk gemaakt worden. Daarbij moeten ondernemers worden ondersteund. Vrijwel iedereen aan tafel neemt het woord coach en/of sparringpartner in de mond. Sasja Winters vertelt – een beetje vol trots – dat bij de ING alle ondernemingen met meer dan 2 ton omzet regelmatig worden bezocht door hun accountmanager. Die heeft het ook als werkopdracht om de ondernemers te bezoeken. Hij wordt ook geacht zich een beeld te vormen van de zachte factoren die een rol spelen in kredietverlening. Namelijk de kwaliteit van het ondernemerschap. Voor Jan Wietsma was dat een van de redenen om het Kredietpaspoort op te pakken. Niet alleen cijfers maar ook de ondernemerskwaliteiten in kaart brengen. Ruud Meijvogel vat dit als volgt samen: ‘Financieren wordt steeds meer een systeem – en kan ook voor een groot deel in data worden ondergebracht. Maar er is ook menselijke maat nodig en die kan weer opnieuw worden ingebracht door de accountant, de Credion-adviseur, de kredietunie, de MKB-kredietcoach. Breng de menselijke maat terug bij de financiering. Begeleid de ondernemer als een controller, leer hem over de horizon heen kijken. Dat is te meer van belang omdat het hebben van een goed idee tegenwoordig niet meer genoeg is. Businessmodelinnovatie.Verkoop je een stoel, of verkoop je zitcomfort?’

Soorten ondernemingen

Een hightech start-up vraagt een andere benadering dan een meer traditionele doorgroeier. ‘Wat financier je nu eigenlijk?’ is de vraag die Sasja Winters opwerpt. Bij ITbedrijven is dat vaak lastig, omdat het product vaak niet zo concreet is als een stoel of zitcomfort. Dan is vrijwel ieders conclusie dat je naar specifieke deskundigheid op
zoek moet, naar financieringspartijen die ook daadwerkelijk verstand hebben van specifieke segmenten. Die zijn er! Om er een paar te noemen: Innovatiefonds MKB+, seed-fondsen van RVO.nl, Bio Partner Accelerator, Fondsen voor technostarters in Eindhoven en Delft.

De adviseur

Wie de advies- of regierol rond kredietverlening pakt, is nog geen gelopen race. Ook hier weer consensus ten aanzien van het feit dat de accountant een goede startpositie heeft. Hij kent de cijfers, hij kent de onderneming en hij kent de ondernemer. Maar….! Alleen maar terugblikken en de jaarrekening van vorig jaar oplepelen is niet voldoende. Spit en Nammensma staven dat allebei met hun praktijk. Financieringen worden niet alleen verstrekt op basis van een verleden, maar ook op basis van een prognose. ‘Ondernemers die beter presteren dan hun prognose, kunnen we in veel gevallen al een korting op hun renteopslag bieden. Eerder werkte dat alleen andersom. Dat kan alleen op basis van periodieke, betrouwbare rapportages.’ Inmiddels zijn hiervoor ook ICT-systemen breed beschikbaar. Jan Wietsma: ‘Waarom ook niet? De workflow rond fiscale aangiftes is inmiddels ook grotendeels geautomatiseerd, waarom zou dat dan ook niet kunnen voor kredietbeoordeling en -bewaking?’ Procesoptimalisatie rond kredietverlening is dus heel goed mogelijk en is er voor een deel ook al. De parallel met fiscale software ligt voor de hand. Wanneer accountants dat goed oppakken – en rapportages periodiek, snel en betrouwbaar kunnen leveren – blijft er meer tijd over voor advies en begeleiding. Dat is waar het volgens hem ook om moet gaan bij het beroeps- en onderwijsprofiel van een kredietadviseur. Kennis en gedragsbeïnvloeding. Een accountant met kennis van psychologie, of een psycholoog met kennis van geld. Een accountant moet dus ook thuis zijn in het bancaire en financieringsjargon, alsook in het kunnen beïnvloeden en overtuigen van zijn cliënt. Maar het is minstens zo belangrijk dat een goede zakelijk kredietadviseur de beschikbare financieringsbronnen kent om zijn klant optimaal te kunnen begeleiden. Een andere belangrijke notie en conclusie uit deze ronde tafel is de volgende. Wanneer de onderneming zijn financiering rond heeft, pas dan begint de echte wedstrijd!